De kantoren in Amsterdam Centrum lopen leeg. Het is bij de tramhalte een gedrang vanjewelste en in de tram is het ook al niet anders. Een jongeman wordt tegen een blonde schoonheid gedrukt.
Het blondje zegt:
“Hé, веnт u dat die zo tegen mij aandrukt?
Wat ik daar allemaal voel….”
De jongen zegt:
“Het spijt me, maar ik kan niet anders. En wat u daar voelt, is een rol met geld. Het salaris is uitbetaald.” Het blondje zegt:
“Dat zal wel, maar dan heb je tussen het Centraal Station en Rozengracht zeker een forse salarisverhoging gekregen!”