Drie paters krijgen een ongeval en zijn op weg naar de hemel. Daar aangekomen staat st. Pieter op hen te wachten achter een mensen grote balie bij de poort. De eerste pater komt bij de balie. "Wat zijn uw zonden mijn zoon?" vraagt St. Pieter. "Wel," zegt hij "als er een mooie vrouw voorbij liep, kon ik het niet laten en keek ik af en toe eens naar hun mooie benen. Mag ik naar binnen?" Zegt St. Pieter "Uw zonden zijn vergeven mijn zoon, u mag naar binnen." De 2e pater komt aan de balie."En mijn zoon, wat zijn uw zonden?"
"Wel," zegt deze "ik heb in mijn kerk zo'n hoge preekstoel. Nu had ik van alle stoelen een stukje van de achterpoten laten zagen, zodat ik onder de vrouwen hun korte rokken kon kijken. Mag ik naar binnen?"
"Het is kantje boortje," zegt St. Pieter "maar uw zonden zijn vergeven, u mag naar binnen." Komt de derde pater naar voren."En mijn zoon, wat zijn uw zonden?" zegt St. Pieter. "Pfff!" zegt deze "Kijk, overlaatst liep ik in de delhaize en zag ik daar een hele mooie engel van een vrouw met een korte rok. Deze bukte zich om iets uit de rekken te nemen en ik kon het niet laten ..."
"Ik heb die rok omhoog gegooid en hem er ingestoken. Ik mag niet binnen zeker?"
"Neen," zegt St. Pieter "je mag inderdaad niet naar binnen, sorry."
"Dat had ik al gedacht." zegt hij "In de delhaize mocht ik ook al niet meer binnen!"