Er fietsen twee oenen door de woestijn. Zegt de ene oen tegen de ander: "Zullen we gaan slapen, ik ben moe." "Oke, laten we daar bij die boom gaan liggen." De volgende ochtend zegt de ene oen tegen de ander: "Heb je lekker geslapen?" "Nee, ik had het zo koud." Even later zijn ze weer moe en zegt de ene oen tegen de ander: "Zullen we gaan slapen, dan leggen we de fietsen over ons heen als deken." De volgende ochtend vraagt de ene oen aan de andere: "Heb je nou lekker geslapen?" "Nee ik had het nog koud. Nou dan zou ik toch eens moeten kijken." Even later zegt hij: "Aha ik zie het al, er мisт een spaak."
Er fietsen twee oenen door de woestijn. Zegt de ene oen tegen de ander:
"Zullen we gaan slapen, ik ben moe."
"Oke, laten we daar bij die boom gaan liggen."
De volgende ochtend zegt de ene oen tegen de ander:
"Heb je lekker geslapen?"
"Nee, ik had het zo koud."
Even later zijn ze weer moe en zegt de ene oen tegen de ander:
"Zullen we gaan slapen, dan leggen we de fietsen over ons heen als deken."
De volgende ochtend vraagt de ene oen aan de andere:
"Heb je nou lekker geslapen?"
"Nee ik had het nog koud. Nou dan zou ik toch eens moeten kijken."
Even later zegt hij:
"Aha ik zie het al, er мisт een spaak."