Mama:<br />"Heb je niet geweent bij de tandarts."<br />Jantje:<br />"Nee mama de tandarts heeft geweent."<br />Mama:<br />"Waarom heeft de tandarts geweent."<br />Jantje:<br />"Omdat ik in zijn vinger heb gebeten."
Mama:
"Heb je niet geweent bij de tandarts."
Jantje:
"Nee mama de tandarts heeft geweent."
Mama:
"Waarom heeft de tandarts geweent."
Jantje:
"Omdat ik in zijn vinger heb gebeten."