Twee spoken maken een wandeling.<br />Zegt de ene sроок tegen de andere:<br />'Je verliest je zakdoek.'<br />'Dat is mijn zakdoek niet!<br />Dat is mijn zoon'
Twee spoken maken een wandeling.
Zegt de ene sроок tegen de andere:
'Je verliest je zakdoek.'
'Dat is mijn zakdoek niet!
Dat is mijn zoon'