"Waarom heet een vlieg 'vlieg' en een vis geen 'zwem' ?"
"Mijn schoonmoeder had pijn onder haar linkerborst. Het bleek een gezwollen knie te zijn."
"Sla nooit een man met een bril, sla hem met je vuist."
"Ik heb een mooi figuur geslagen. Ze sloeg terug."
"Ik ging hem een trap verkopen, maar hij woonde gelijkvloers."