Moppen over alcohol en dronkaards

Een echtpaar heeft veel ruzie en de vrouw besluit om het eens goed te gaan maken en zegt tegen haar man:
'Schat als we vanavond nu eens romantisch thuis gaan dineren met een kaarsje en een wijntje om het weer een beetje goed te maken'.
'Dan maak ik voor jou je favoriete voorgerecht slakken in knoflookboter.'
'Ja',zegt die man, 'dan ga ik even naar de delicatessenzaak om verse escargots te halen.' Dus hij op weg door de regen, koopt die slakken en stopt die in zijn binnenzak van zijn regenjas.
Op de weg terug komt hij langs de kroeg en toevallig ziet een maatje hem lopen en zegt, 'he hое is het lang niet gezien, kom even mee joh een biertje drinken'.
Hij laat zich overhalen, 'nou een biertje dan'.
Uiteindelijk loopt het helemaal fout nog een paar ouwe makkers komen binnen en hier een biertje daar een biertje.
Om 2 uur 's-nachts wordt mijnheer eindelijk uit het caf� gezet en gaat vervolgens met z'n sтом dronken кор naar huis.
Bij de voordeur probeert hij de sleutel in het slot te stoppen en de bos valt op de grond.
Vloekend gaat hij door de knie�n om de sleutels op te rapen, waardoor de slakken uit zijn binnenzak over de straat uitgestrooid worden.
Van al dit tumult is z'n vrouw wakker geworden en met haar boze hoofd schreeuwt zij uit het slaapkamerraam,'zo hebbie weer lekker zitten zuipen en mij zeker vergeten' Waarop die man nee schud en met een aanmoedigend gebaar naar de slakken toe zegt,'jongens nog een klein stukkie'
Nederlandse taalles
Het meervoud van slot is sloten, maar toch is het meervoud van рот geen poten. Evenzo zegt men altijd één vat en twee vaten, maar zal men zeggen: één kat, twee katen? Wie gisteren ging vliegen zegt heden ik vloog, dus zegt u misschien van wiegen: ik woog. Nee, pardon, want ik woog is afkomstig van wegen, maar is nu ik voog een vervoeging van vegen? Het woord zoeken vervoegt men tot ik zocht; dus hoort bij vloeken misschien ik vlocht. Alweer mis, want dit is juist afkomstig van vlechten, maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten. Bij roepen hoort riep, maar bij snoepen geen sniep; bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep. Evenmin hoort bij slopen ik sliep. Want dat woord is afkomstig van het schone woord slapen: maar zet nu niet neer: ik riep bij het rapen. Want dit komt van roepen en u ziet het terstond, zo draaien wij vrolijk in het kringetje rond. Voor raden komt ried, maar van baden geen bied: dat komt weer van bieden, ik hoop dat u 't ziet. Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood; u ziet de verwarring is akelig groot. Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven, want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven. Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken, maar niet van wij hinken en hebben gehonken. 't Is: ik weet en ik wist, maar schrijft u niet bij vergeten vergist. Het volgende geval is bijna te bont, want bij slaan hoort ik sloeg, niet ik sling of ik slond. Bij gaan hoort ik ging en niet ik gong of ik gond. En noemt men een mannetjesrat soms een rater? Nee, dat gaat alleen op bij een kat en een kater...
Ferdinand Porsche, beroemd ontwerper van auto’s, is overleden in 1951. Dat is te vinden op Wikipedia. Maar wat er niet bij stond, is dat hij vlak na zijn overlijden een gesprekje met God gehad heeft. Dit is hое het ging.
Ferdinand Porsche overlijdt en komt aan bij de hemelpoort.
Petrus komt hem tegemoet en zegt: ‘Beste meneer Porsche, welkom! Vanwege uw grote verdienste voor de mensheid mag u een wens doen’.
Porsche antwoordt: ‘Wel, ik zou wel eens met God willen babbelen’.
Petrus had dat al verwacht. De meesten vragen dat, voor zover ze geen schunnige wensen hebben.
Hij brengt Porsche naar het kantoor van God en trekt zich terug.
God verwelkomt hem hartelijk. Porsche groet beleefd en valt vervolgens met de deur in huis.
Hij vraagt: ‘Beste God, ik zou het met u willen hebben over uw ontwerp “de vrouw”. Met alle respect, maar ik vraag me af waar U met uw hoofd zat toen u haar uitvond.’
God kijkt betrapt, maar herstelt zich snel. Hij reageert schijnbaar verbaasd: ‘Ное bedoel je?’.
Porsche antwoordt: ‘Wel, God, je ontwerp zit vol fouten. Ik som er enkele op.
De voorkant is absoluut niet aerodynamisch.
Het maakt veel te veel lawaai.
De onderhoudskosten liggen zeer hoog.
Het is een kleine week in de maand onbruikbaar.
De achterkant is meestal te zwaar en hangt te los.
Het moet voortdurend opnieuw geverfd en bijgewerkt worden.
De uitlaat zit veel te dicht bij de inlaat.
En vooral: de koplampen zijn vaak te klein en gaan na verloop van tijd naar beneden wijzen.
God denkt even na, en antwoordt dan: ‘Meneer Porsche, je hebt waarschijnlijk gelijk. Ik moet toegeven dat ik ook lichtjes dronken was toen ik de vrouw ontwierp. Maar toch is ze een succes te noemen. Volgens de statistieken rijden er namelijk veel meer mannen met mijn uitvinding dan met de jouwe.’