Moppen over alcohol en dronkaards

Nederlandse taalles
Het meervoud van slot is sloten, maar toch is het meervoud van рот geen poten. Evenzo zegt men altijd één vat en twee vaten, maar zal men zeggen: één kat, twee katen? Wie gisteren ging vliegen zegt heden ik vloog, dus zegt u misschien van wiegen: ik woog. Nee, pardon, want ik woog is afkomstig van wegen, maar is nu ik voog een vervoeging van vegen? Het woord zoeken vervoegt men tot ik zocht; dus hoort bij vloeken misschien ik vlocht. Alweer mis, want dit is juist afkomstig van vlechten, maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten. Bij roepen hoort riep, maar bij snoepen geen sniep; bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep. Evenmin hoort bij slopen ik sliep. Want dat woord is afkomstig van het schone woord slapen: maar zet nu niet neer: ik riep bij het rapen. Want dit komt van roepen en u ziet het terstond, zo draaien wij vrolijk in het kringetje rond. Voor raden komt ried, maar van baden geen bied: dat komt weer van bieden, ik hoop dat u 't ziet. Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood; u ziet de verwarring is akelig groot. Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven, want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven. Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken, maar niet van wij hinken en hebben gehonken. 't Is: ik weet en ik wist, maar schrijft u niet bij vergeten vergist. Het volgende geval is bijna te bont, want bij slaan hoort ik sloeg, niet ik sling of ik slond. Bij gaan hoort ik ging en niet ik gong of ik gond. En noemt men een mannetjesrat soms een rater? Nee, dat gaat alleen op bij een kat en een kater...
Ferdinand Porsche, beroemd ontwerper van auto’s, is overleden in 1951. Dat is te vinden op Wikipedia. Maar wat er niet bij stond, is dat hij vlak na zijn overlijden een gesprekje met God gehad heeft. Dit is hое het ging.
Ferdinand Porsche overlijdt en komt aan bij de hemelpoort.
Petrus komt hem tegemoet en zegt: ‘Beste meneer Porsche, welkom! Vanwege uw grote verdienste voor de mensheid mag u een wens doen’.
Porsche antwoordt: ‘Wel, ik zou wel eens met God willen babbelen’.
Petrus had dat al verwacht. De meesten vragen dat, voor zover ze geen schunnige wensen hebben.
Hij brengt Porsche naar het kantoor van God en trekt zich terug.
God verwelkomt hem hartelijk. Porsche groet beleefd en valt vervolgens met de deur in huis.
Hij vraagt: ‘Beste God, ik zou het met u willen hebben over uw ontwerp “de vrouw”. Met alle respect, maar ik vraag me af waar U met uw hoofd zat toen u haar uitvond.’
God kijkt betrapt, maar herstelt zich snel. Hij reageert schijnbaar verbaasd: ‘Ное bedoel je?’.
Porsche antwoordt: ‘Wel, God, je ontwerp zit vol fouten. Ik som er enkele op.
De voorkant is absoluut niet aerodynamisch.
Het maakt veel te veel lawaai.
De onderhoudskosten liggen zeer hoog.
Het is een kleine week in de maand onbruikbaar.
De achterkant is meestal te zwaar en hangt te los.
Het moet voortdurend opnieuw geverfd en bijgewerkt worden.
De uitlaat zit veel te dicht bij de inlaat.
En vooral: de koplampen zijn vaak te klein en gaan na verloop van tijd naar beneden wijzen.
God denkt even na, en antwoordt dan: ‘Meneer Porsche, je hebt waarschijnlijk gelijk. Ik moet toegeven dat ik ook lichtjes dronken was toen ik de vrouw ontwierp. Maar toch is ze een succes te noemen. Volgens de statistieken rijden er namelijk veel meer mannen met mijn uitvinding dan met de jouwe.’