Thomas is in de Damvallei aan het wandelen. Hij komt op een rustige plek en ziet een touw hangen. Hij kijkt omhoog en ziet dat het touw in de wolken verdwijnt. Thomas wordt uiteraard nieuwsgierig en klimt naar boven.
Hij klimt hoger en hoger, tot hij bij de Hemelpoort komt.
Petrus kijkt op van zijn lunch en staart hem verbijsterd aan. “Thomas, wat doe jij hier? Het is nog lang niet jouw tijd!”
Thomas legt uit hое hij er is gekomen is. Petrus zucht:
“Ach, daar was dat touw dus gebleven.”
Thomas vraagt:
“Zeg euh , nu ik hier toch ben… mag ik even een kijkje nemen?”
Petrus neemt een hap en zegt met volle mond:
“Ok, prima. Als je maar zorgt dat je stipt om 2 uur terug веnт. Dan is mijn middagpauze gedaan en haal ik het touw weg. Daarna is er eigenlijk geen weg meer terug.”
Thomas gaat akkoord. Hij verdwijnt in de hemel in. Het is er aangenaam vertoeven. Het weer is prachtig. De stranden zijn prachtig. Het bier is lekker en gratis. De hapjes zijn lekker en gratis. De vrouwen zijn… enfin, je snapt het wel.
Thomas geraakt aan de praat met een blondine en vergeet helemaal de tijd.
Om 4 uur valt het gesprek een beetje stil. Plots beseft hij hое laat het is. Hij spurt terug naar de Hemelpoort maar het touw is weg.
Petrus is net aan zijn vieruurtje bezig. Hij neemt een hapje van zijn cake en haalt zijn schouders op. Met volle mond zegt hij:
“Sorry Thomas. Ik heb je gewaarschuwd. Er is geen weg meer terug. Ga maar weer de hemel in en geniet van alle lekkers. Ik loop wel even met je mee.”
Thomas slaat in paniek. Hij begint te smeken of hij aub weer terug mag. Zijn werk op aarde is nog niet af. Zijn vrouw en kinderen kunnen hem nog niet missen. Hij wil zijn serie nog uitkijken. Enzovoort.
Petrus begint het wat beu te worden. Hij zou liever in alle rust van zijn vieruurtje genieten. Hij doet Thomas een voorstel.
“Wat ik eventueel voor je kan doen, is je veranderen in een spin.” zegt hij. “Dan kun je zelf een draad sрinnеn en je naar beneden laten zakken. Eenmaal op aarde verander je vanzelf weer in een mens.”
Thomas vindt het een eigenaardig voorstel, maar gaat akkoord. Veel keuze heeft hij niet als hij terug naar de aarde wil.
Petrus drinkt een slokje koffie en verandert ondertussen Thomas in een spin.
Thomas laat zich vervolgens aan zijn eigen draad zakken. Het lijkt goed te gaan. Maar 15 meter boven de grond is het spinrag op. Thomas is wanhopig.
“Zo kan ik toch niet blijven hangen?”, denkt hij en hij perst er nog een stuk spinrag uit… jawel… hij geraakt weer 5 meter verder… Nog 10 meter te gaan.
“Dat is me toch nog te hoog om me al te laten vallen.” denkt Thomas.
Hij haalt heel diep adem en “mmmppppfffff…..” hij probeert er nog wat extra spinrag uit te persen.
Op dat moment maakt zijn vrouw hem wakker.
“THOMAS!!!!! Wakker worden! Je sсhijт het hele bed onder!!!”
Fikkie
Er komt een man met zijn hondje in een Belgisch dorpscafe en bestelt twee bier.
“Twèè bier?” vraagt de kastelein.
“Jawel”, zegt de klant: “Twee bier, èèn voor mij en èèn voor m’n hondje.”
De niet al te snuggere kastelein denkt: Zeker weer zo’n typische Ollander.
Maar tot z’n stomme verbazing ziet ie, dat het hondje op een stoel springt, aan het tafeltje
Bijschuift en met het glas in zijn twee voorpootjes het biertje netjes opdrinkt.
“Mag ik nog twee uitsmijtertjes van je”, vraagt de klant.
“Twèè uitsmijters?” vraagt de kastelein.
“Jawel”, zegt de klant: “Twee uitsmijters, èèn voor mij en èèn voor m’n hondje.”
En ja hооr, de kastelein kan z’n ogen weer niet geloven. Het hondje doet zelf een
Slabbertje voor en begint netjes met mes en vork z’n uitsmijtertje op te eten.
“Nou menier”, zegt ie tegen z’n klant “ik heb veuls meegemoakt in mien leven,
Maar da he’k nooit nie eerder gezien.”
“Ach man”, zegt de klant, “dat is nog niks. Je gelooft het misschien niet maar hij
Is zelfs in staat om een vrouw lekker te verwennen”.
“Nou da wil’k wel ‘ns meemaoaken”, zegt de kastelein.
“Het komt toevallig ook goed uit, want m’n dochter legt nog te bed.
Loop dus moar efkes achter me an mee noar boven. M’n dochter houdt wel van roadselkes.
Trui, hier is een man met een hondske en die zeg, da z’n hondske met een vrouw ken
Vrijen”.
“Nou, da wil’k wel ‘ns meemoaken”, zegt de mooie dochter. “Wacht efkes, dan trek ik efkes
M’n nachtponneke en m’n broekske uit. Da goat ‘t wat makkelijker, wa? Zo, allè, kom maar op met dat beest”.
En de man tegen z’n hond: “Vooruit Fikkie, laat eens zien wat je kan. Spring er maar op”.
Maar het hondje reageert voor geen meter.
“Nou,wat heb baasje je nou geleerd? Vooruit. Kom op!”
Maar het hondje kijkt ‘ns glazig in ’t rond en reageert ook na het derde verzoek niet.
“Nou vreemd”, zegt de man, ondertussen z’n broek uittrekkend, “hij gehoorzaamt me altijd. Wacht maar even, basie zal het je nog èèn keertje voordoen…….”