Skip to main content
Twee konijntjes en een egeltje zitten 's avonds langs de kant van de weg. Vraagt het egeltje:
'Ное komt dat nou? Je ziet altijd platgereden egeltjes op de weg liggen, maar nooit een platgereden konijn.'
'Dat zal ik je uitleggen,' zegt het konijn:
'Wij hebben een goede methode. Als wij de weg overstekken en we zien twee grote koplampen aankomen, gaan we precies in het midden zitten. Als de koplampen dichtbij zijn, dan bukken we, en dan kunnen we daarna gewoon weer doorlopen. Maar ik zal het wel even laten zien.'
Het konijn loopt de weg op. Er komen twee koplampen aan. Het konijn gaat in het midden zitten, bukt, en komt even later weer teruglopen:
'Zie je wel. Niks aan.'
'Dat wil ik ook eens proberen,' zegt het egeltje. Het egeltje loopt de weg op. Er komen twee koplampen aan, en het egeltje gaat precies in het midden zitten. Hij bukt... en wordt finaal platgereden. Zegt het ene konijn tegen het andere:
'Zie je niet vaak meer, hé, zo'n driewieler...'
De kinderen van een lagere school krijgen les over moraal. Ze krijgen als opdracht thuis aan hun ouders te vragen een verhaal te vertellen waaraan een moraal hangt. Wanneer ze terug in de klas komen, mogen ze vertellen wat ze gehoord hebben.
Mieke vertelt :
"Mijn ouders zijn kippenboeren, ze hebben een legbatterij. Op een dag hadden ze in de auto een mand eieren staan. Ze reden over een grote bobbel in de weg, waardoor de eieren braken"
. De moraal luidt :
"Wees zeer voorzichtig met fragiele voorwerpen".
Elsje vertelt :
"Mijn ouders hebben ook een kippenboerderij, maar zij kweken kuikentjes. Op een dag hadden ze wel twintig eitjes. Ze verwachtten dus ook twintig kuikentjes. Ze verzorgden de eitjes heel goed, maar er zijn er maar vijftien van uitgekomen"
. De moraal luidt :
"Tel je kuikentjes pas als ze uitkomen".
Dan vraagt de juf aan Anneke :
"En hebben je ouders ook een verhaal verteld?"
"Ja", antwoordt Anneke, "mijn papa heeft verteld over zijn zus :Tante Annie. Ons tante Annie woont in Amerika en is daar bij het leger. Ze is piloot bij de luchtmacht en heeft meegevochten in Desert Storm. Op een dag werd haar vliegtuig geraakt en moest ze springen. Het enige dat ze bij had was een fles whisky, een machinegeweer en een zakmes. Terwijl ze aan haar parachute bengelde, dronk ze de fles whisky leeg, dan was ze die al kwijt. Toen ze beneden kwam, werd ze omsingeld door wel zeventig Irakezen. Ze pakte haar machinegeweer en schoot er vijftig van neer. Toen waren haar kogels op. Met haar zakmes kon ze er nog vijftien doden, toen brak het mes af. De vijf laatste heeft ze met haar blote handen gedood.
De juf kijkt Anneke ontdaan aan en vraagt na enige stilte :
"En heeft papa u ook een moraal bij dat verhaal verteld ?"
Anneke antwoordt :
"Jazeker, je blijft best uit de buurt van tante Annie als ze gezopen heeft."
Een kleine jongen had problemen met het aantrekken van zijn laarsjes,bijgevolg knielde de juf en hielp hem.
Met trekken en sleuren lukte het haar, eerst de ene en daarna ook de andere.
Toen zei die kleine "die botten zitten aan de verkeerde voet". De kinderjuf slikte haar opkomende ergernis maar in en ze keek vol ongeloof naar de voeten van het kind.
Maar hij had gelijk, links en rechts was verwisselt.
Het was voor de juf al even moeilijk om de laarsjes weer van de voetjes te trekken,als het was om ze weer terug aan te doen,en ditmaal aan de goede voet.
Ondanks alles lukte het haar om haar ergernis in te slikken.
Als al het werk gedaan was zij de kleine "dat zijn mijn bottekes nie".
Bij de juf kwam nu toch wel een beetje woede naar boven,en ze moest op haar tong bijten om die kleine niet uit te maken voor het lelijkste van de straat!
Ze zei alleen maar:
"En waarom zegde gij da nu pas?"
Zich aan het noodlot onderwerpend, begon zij opnieuw aan de laarsjes te trekken en te sleuren tot ze weer van zij voetjes waren.
En de kleine begon het uit te leggen:
"Dat zijn de bottekes van mijn broer, maar ons ma heeft gezegd dat ik die vandaag moest aandoen omdat het zo koud is."
Op dat moment wist ze niet meer of ze stillekens moest wenen of op hem moest brullen.
Ze nam maar weer al haar moed bijeen, en ze en ze trok en sleurde tot zijn bottekes weer aan voetjes zaten.
Klaar!
Dan vroeg zij gans opgelucht aan de kleine jongen:
"Okay,en waar zijn uw handschoenen?"
Waarop hij antwoordt:
"Die heb ik vanvoor in mijn bottekes gestoken!!!"
Een stotteraar belt de politie. A a agent,der i i is is i i iets v v v verschrikkelijks gebeurd, er er l l l ligt ee e een d d d dood ppp paard i i i in de k k k k k, zegt de agent, in de kerkstraat. Stotteraar, n n n nee, i i i in d d de k k k k , zegt de agent weer, in de kerkstraat? Stotteraar zeer boos, n n n n n nee. Agent, koel even af en bel zo meteen nog maar eens terug! De stotteraar belt naar een kwartiertje terug: A a a a agent, e e e er i i i is i i i iets h h h heel e e e ergs a a aan d d de h h hand. E e e er l l l ligt e e e een d d d d dood p p p paard i i i in d d d de k k k k k, Kerkstraat vraagt de agent? N n n nee, i i i in d d d de k k k k, Kerkstraat vraagt de agent weer? N n n n n nee zegt de stotteraar weer agressiever. Bel straks nog een keer terug zegt de agent kwaad.
De stotteraar belt voor de zesde keer! A a a a agent, d d d der i i i is i i iets h h h hhhheel e e e ergs a a aaan d d dde h h hand. E e e er l l ligt e e e een d d d dood p p p paard i i in d d de k k k k, zegt de agent, kerkstraat? Zegt de stotteraar: j j j ja, d d daar h h heb i i ik h h hem n n n net n n n naar t t toe g g g gesleept!
Een man komt laat thuis van zijn werk. Als hij vraagt wat ze eten, zegt zijn vrouw:
"Awel, ge treft het ik heb niks klaargemaakt, want we hebben niks in huis. De man zegt:
"Laten we dan naar een restaurant gaan, dan gaan we lekker escargots eten."
De vrouw heeft daar weinig zin in en zegt:
"Gaat gij anders maar naar de winkel om escargots te halen, dan maak ik ze hier wel klaar."
De man gaat naar de winkel en koopt escargots: twaalf in een zakje. Hij stopt ze in zijn binnenzak. Onderweg terug naar huis komt hij een vriend tegen, gaat nog naar een kroegje, komt weer een vriend tegen, blijft in een ander cafe nog even hangen...
Uiteindelijk komt hij met een flink stuk in zijn kraag om kwart over twee 's nachts weer thuis. Hij is zo dronken dat hij zijn sleutel niet in het slot krijgt. De sleutelbos valt op de grond. Hij bukt zich en alle escargots vallen op de grond. Uit pure ellende belt hij dan maar aan.
Zijn vrouw doet de deur open en vraagt woedend:
"Awel, waar bleeft ge, ik zit hier al uren op u te wachten !! Bukt de man zich en zegt tegen de slakken op de grond:
"Allee jongens... Vooruit, nog een klein stukske...!!!"