Op Landsverdediging stelt men 5 kannibalen te werk als programmeur.
Op hun eerste werkdag moeten ze bij André Flahaut komen en die zegt:
"Ge moogt hier komen werken en veel geld verdienen, maar geen medewerkers opeten hé, enkel eten vanuit de kantine."
De kannibalen beloven niemand lastig te vallen.
4 weken later komt André bij hen en zegt:
"Jullie hebben heel goed gewerkt maar wij missen een onderofficier, weten jullie daar soms meer van?"
"Neen!" zeggen ze allemaal en zweren dat ze er niets mee te maken hebben.
Wanneer de minister weg is vraagt het stamhoofd:
"Wie is hier dat kieken dat die onderofficier opgegeten heeft?"
1 van hen steekt zijn vinger op en zegt met een heel fijn stemmeke:
"Ikke, chef."
Het stamhoofd:
"Sтом kieken, sinds 4 weken eten wij niets anders als generaals en officieren, omdat die door niemand gemist worden en gij moet er natuurlijk 1 opeten die werkt!!!"
De kinderen van een lagere school krijgen les over moraal. Ze krijgen als opdracht thuis aan hun ouders te vragen een verhaal te vertellen waaraan een moraal hangt. Wanneer ze terug in de klas komen, mogen ze vertellen wat ze gehoord hebben.
Mieke vertelt :
"Mijn ouders zijn kippenboeren, ze hebben een legbatterij. Op een dag hadden ze in de auto een mand eieren staan. Ze reden over een grote bobbel in de weg, waardoor de eieren braken"
. De moraal luidt :
"Wees zeer voorzichtig met fragiele voorwerpen".
Elsje vertelt :
"Mijn ouders hebben ook een kippenboerderij, maar zij kweken kuikentjes. Op een dag hadden ze wel twintig eitjes. Ze verwachtten dus ook twintig kuikentjes. Ze verzorgden de eitjes heel goed, maar er zijn er maar vijftien van uitgekomen"
. De moraal luidt :
"Tel je kuikentjes pas als ze uitkomen".
Dan vraagt de juf aan Anneke :
"En hebben je ouders ook een verhaal verteld?"
"Ja", antwoordt Anneke, "mijn papa heeft verteld over zijn zus :Tante Annie. Ons tante Annie woont in Amerika en is daar bij het leger. Ze is piloot bij de luchtmacht en heeft meegevochten in Desert Storm. Op een dag werd haar vliegtuig geraakt en moest ze springen. Het enige dat ze bij had was een fles whisky, een machinegeweer en een zakmes. Terwijl ze aan haar parachute bengelde, dronk ze de fles whisky leeg, dan was ze die al kwijt. Toen ze beneden kwam, werd ze omsingeld door wel zeventig Irakezen. Ze pakte haar machinegeweer en schoot er vijftig van neer. Toen waren haar kogels op. Met haar zakmes kon ze er nog vijftien doden, toen brak het mes af. De vijf laatste heeft ze met haar blote handen gedood.
De juf kijkt Anneke ontdaan aan en vraagt na enige stilte :
"En heeft papa u ook een moraal bij dat verhaal verteld ?"
Anneke antwoordt :
"Jazeker, je blijft best uit de buurt van tante Annie als ze gezopen heeft."
Een kleine jongen had problemen met het aantrekken van zijn laarsjes,bijgevolg knielde de juf en hielp hem.
Met trekken en sleuren lukte het haar, eerst de ene en daarna ook de andere.
Toen zei die kleine "die botten zitten aan de verkeerde voet". De kinderjuf slikte haar opkomende ergernis maar in en ze keek vol ongeloof naar de voeten van het kind.
Maar hij had gelijk, links en rechts was verwisselt.
Het was voor de juf al even moeilijk om de laarsjes weer van de voetjes te trekken,als het was om ze weer terug aan te doen,en ditmaal aan de goede voet.
Ondanks alles lukte het haar om haar ergernis in te slikken.
Als al het werk gedaan was zij de kleine "dat zijn mijn bottekes nie".
Bij de juf kwam nu toch wel een beetje woede naar boven,en ze moest op haar tong bijten om die kleine niet uit te maken voor het lelijkste van de straat!
Ze zei alleen maar:
"En waarom zegde gij da nu pas?"
Zich aan het noodlot onderwerpend, begon zij opnieuw aan de laarsjes te trekken en te sleuren tot ze weer van zij voetjes waren.
En de kleine begon het uit te leggen:
"Dat zijn de bottekes van mijn broer, maar ons ma heeft gezegd dat ik die vandaag moest aandoen omdat het zo koud is."
Op dat moment wist ze niet meer of ze stillekens moest wenen of op hem moest brullen.
Ze nam maar weer al haar moed bijeen, en ze en ze trok en sleurde tot zijn bottekes weer aan voetjes zaten.
Klaar!
Dan vroeg zij gans opgelucht aan de kleine jongen:
"Okay,en waar zijn uw handschoenen?"
Waarop hij antwoordt:
"Die heb ik vanvoor in mijn bottekes gestoken!!!"