Skip to main content
Jantje heeft op een dag een zwaar ongeluk en hij gaat dood. Bij de hemelpoort aangekomen staat hij achteraan in een enorm lange rij. En het duurt en het duurt maar.
"Ja,"
Denkt Jantje:
"Ik heb wel wat beters te doen, het duurt me veel te lang!"
Jantje stapt uit de rij en gaat samen met Petrus het café in. Jantje en Petrus beginnen elkaar verhalen te vertellen en het wordt later en later. Het ene biertje na het andere gieten ze naar binnen. Opeens moet Jantje toch wel heel nodig naar de w. C. Op de w. C aangekomen ziet hij een hele grote witte mooie ruimte met allemaal klokken aan de wand hangen, die verschillende tijden aangeven. Bij ieder van die klokken staat een naam. Dus Jantje lezen:
"Pietertje, Keesje, Klaasje, Hendrik, Henk..." Al zijn vrienden staan erbij. "Maar ik mis Karel," denkt Jantje.
Eenmaal weer aangekomen in het café bij Petrus, vraagt Jantje het toch maar eens na:
"Wat zijn al die klokken op de w. C. Petrus?"
"Op die klokken staat hoeveel je nog te leven hebt en als je masturbeert gaat de klok een uur achteruit."
"Maar waar is de klok van Karel dan?" vraagt Jantje.
"Oh, " zegt Petrus, "die hebben we maar als ventilator in het café gehangen."
De juffrouw voor de klas zegt tegen de kinderen:
'Vandaag gaan we het over een bepaald soort dieren hebben, en wel over torren. Wie kan mij een tor noemen?' Bertje steekt zijn vinger op:
'De water-tor, juf.'
'Dat is goed,' zegt de juf, 'en weet je ook wat de water-tor eet?'
'Ja juf, waterplantjes en watervlooien.'
Pietje weet er ook een en steekt zijn vinger op:
'De boom-tor, juf.'
'Dat is goed,' zegt de juf, 'en weet je ook wat de boom-tor eet?'
'Ja juf, boomschors en blaadjes.'
Dan steekt Jantje zijn vinger op en zegt:
'De vibra-tor, juf.'
'De vibra-tor?' zegt de juf, 'ik denk niet dat dat goed is. Kun je ook zeggen wat die eet?'
'Wel ,' zegt Jantje, 'volgens mijn zuster vreet 'ie batterijen.'