Skip to main content
Op een dag stond er bij het asielzoekerscentrum een arme gelukszoeker en er verscheen plots een fee. “Mijn beste man,” zegt ze, “ik ben hier door de PvdA naartoe gestuurd om voor jou drie wensen te vervullen aangezien jij nu net in ons land веnт aangekomen met je vrouw en je acht kinderen.” De man kijkt vreemd op en vertelt de fee:
“Wel, waar ik vandaan kom hebben we vaker een slecht gebit dus ik wil een goed gebit.” De fee keek naar het gehavende gebit van de migrant en poef! De man had plots een stralend gebit. “Ik heb er nog twee voor je in de aanbieding. Waar kan ik je verder mee verblijden?” De gelukszoeker kreeg nu plots wat meer lef:
“Ik wil een grote villa midden in Utrecht met wel acht slaapkamers en dat de rest van mijn familie hier ook naartoe kan komen!” Poef! Zo stond hij plots in een mooie, dure Utrechtse villa omringd door zijn familie. “Ik heb er nog eentje voor je,” zegt de fee. “Goed, ik wil nu een Nederlander worden. Met Nederlandse kleren, een Nederlands gezicht en een Nederlandse naam.” Poef! Zo stond de man, nu Piet Jansen geheten, daar in zijn jasje van de Zeeman, geen cent op zак en geen huis te bekennen en hij had een gammel gebit omdat hij de ziektekostenverzekering niet meer kon opbrengen. “Waar is mijn gebit? Waar is mijn huis?” jammert de gelukszoeker. De fee grijnst gemeen:
“Nu ben je een Nederlander. Nu moet je het maar lekker zelf uitzoeken. Nou dag he!”
Vier mannen lopen al weken te plannen hое ze hun echtgenotes zouden
Kunnen overtuigen hen eens een weekendje met vrienden te laten gaan om te
Jagen en vissen. Na vele weken denkwerk en overleg, worden de plannen concreter.
Enkel de vrouw van Henk, wil hem niet laten meegaan.
Een beetje teleurgesteld vertrekken de anderen de volgende zaterdag.
Wanneer ze bij een plaatsje aan de rand van het bos,
Vlak bij een rivier aankomen, waar ze hun kamp willen opslaan, zien ze tot
Hun verbazing al een tentje staan, er brandt zelfs een kampvuur, waarboven
Henk een vers gevangen vis staat klaar te maken.
De andere mannen zijn blij en verrast hun vriend Henk te mogen begroeten,
Maar toch ook nieuwsgierig naar wat Henk heeft moeten doen om toch mee te mogen gaan.
Eén vraagt:
“Sinds wanneer ben jij al hier?” en een ander :
“Waarom mocht je nu ineens wel mee van je vrouw?”
Henk antwoordt:
“Gisteren, in de vooravond, zat ik, schijnbaar triestig in
Mijn stoel. Plots voelde ik warme poezelige handjes voor mijn ogen en zei
Mijn vrouw:
“Ik zal je snel laten opkikkeren!”
Ik keek op en zag mijn vrouw in sеxy lingerie gekleed. In haar ogen had ze
Een ondeugende blik, die had ik al in geen jaren meer gezien. Ze nam mijn
Hand en nam me mee naar de slaapkamer. Daar stonden twintig kaarsen
Te branden en die verspreidden ook nog eens een speciale geur. Opwindende
Aroma’s, aldus mijn vrouw. Ze gaf me handboeien en gebood haar aan het bed
Vast te maken. Dat heb ik dan maar gedaan.
Toen zei ze:
“En nu mag jij doen wat je maar wil …!!! ”
En voilà, hier ben ik dan!
Gisteravond werd ik op weg van het café naar huis aangehouden door de politie.
“Alcoholcontrole, papieren !” snauwde de agent.
Ik gaf hem mijn papieren …
“Heeft u gedronken ?” vroeg hij.
Ik zei:
- ” ik heb geen druppel alcohol gedronken agent.”
“Ok, een kleine test: Stel, u rijdt in het donker op straat en er komen u plotseling twee lichten tegemoet, wat is dat dan ? ”
Ik :
“Een auto.”
Agent :
“Tuurlijk, maar welke merk ? Een Mercedes, een Audi of een BMW ?”
Ik :
“Weet ik veel !”
Agent :
“Dus toch gedronken ?”
Ik :
“Ik garandeer u dat dat niet zo is !”
Agent :
“Ok, nog een test : Stel , u rijdt in het donker op straat
En er komt u plotseling één licht tegemoet, wat is dat ?”
Ik :
“Een motor !”
Agent:
“Tuurlijk, dat klopt, maar welke merk ? Een Honda, een Kawasaki of
Een Harley ?”
Ik:
“Weet ik veel !”
Agent:
“Dus toch gedronken ?”
Ik werd langzamerhand kwaad , dus ik vroeg:
“Zo, meneer de agent. Ook een vraagje: Er staat een vrouw langs de weg.
Ze is schaars gekleed, draagt een mini-rok, netkousen en hoge naaldhakken.
Wat is dat ?” Agent:
“Da´s duidelijk, dat is een prostitué, oftewel plat gezegd een hоеr !”
Ik:
“Tuurlijk, klopt, maar welke ? Uw dochter, uw vrouw of uw moeder ?”