Vader, een fervent electronica-knutselaar, slaagt erin een leugendetecterende robot ineen te knutselen. Die avond komt Jantje 2 uur later dan gewoonlijk van school.
Vader:
"Waar ben je al die tijd gebleven?"
Jantje:
"Ik was naar de bibliotheek om een spreekbeurt voor te bereiden."
De robot rijdt recht naar Jantje en verkoopt hem een oplawaai.
Vader:
"Jantje, deze robot is een leugendetector! Je zou beter de waarheid vertellen!"
Jantje:
"Ok... ik was bij Piet en wij hebben naar een film gekeken."
Vader:
"Welke film?"
Jantje:
"De 10 Geboden."
En paf! De robot verkoopt Jantje alweer een oorveeg.
Jantje:
"Auw zeg!! Wel ja, feitelijk was het een pornofilm..."
Vader:
"Ik schaam mij om jou, op jouw leeftijd loog ik nooit tegen mijn ouders."
En paf! vader krijgt een klap toegedeeld van de robot.
Moeder vindt dit alles kostelijk en lacht:
"Dit is echt wel je zoon."
En paf! En oorveeg voor de moeder...
Mijn vader en ik woonden boven een sigarenzaak en wij bezaten een televisie. Boven ons woonden een knappe weduwe en haar even knappe dochter. Zij bezaten geen televisie en kwamen daarom vaak bij ons kijken. Na een paar weken werd ik verliefd op de knappe weduwe en trouwde haar. Mijn vader werd verliefd op de knappe dochter en trouwde ook.
En toen begon de narigheid...
Daar mijn vader trouwde met de dochter van mijn vrouw, en dus ook mijn dochter, is mijn dochter thans mijn moeder. Tegelijkertijd ben ik haar vader want ik ben immers met haar moeder getrouwd. Verder is mijn vader de schoonvader van mijn vrouw, omdat ik zijn zoon ben en haar echtgenoot. Mijn vader is echter ook de schoonzoon van mijn vrouw, die tevens zijn schoondochter is omdat zij getrouwd is met mij.
Maar dat is nog niet alles...
Mijn vrouw krijgt een prachtige zoon en nu begint de ellende pas goed. Mijn zoon is allereerst mijn zoon. Goed maar hij is de broer van mijn moeder, omdat zij de dochter is van mijn vrouw en getrouwd is met mijn vader. Zodoende ben ik een neefje van mijn zoon en daardoor een neefje van mijn dochter, omdat zij een zuster van hem is. Zij, mijn moeder, die trouwens ook mijn dochter is, is dus tegelijkertijd mijn tante; en mijn vader, haar echtgenoot, is dus mijn oom. Mijn vader is tevens grootvader geworden. Zijn echtgenoot, mijn dochter, is dus grootmoeder. Mijn vader en ik zijn dus over-grootouders geworden van onze zoon.
Maar het werd nog veel en veel erger...
De jonge vrouw van mijn vader wordt moeder en haar zoon wordt mijn broer, die tevens zoon van mijn tante is en dus mijn neef. Verder is mijn eigen zoon de oom van mijn broer , omdat mijn broer een zoon is van zijn zuster. Mij vrouw is grootmoeder geworden, want de jonge zoon van mij vader is de zoon van haar dochter. Aangezien ik met haar getrouwd ben, ben ik grootvader. Let wel, grootvader van mijn broer. Aangezien de grootvader van broer ook mijn grootvader is, ben ik dus mijn eigen grootvader!
Volgens mij hadden die knappe weduwe en haar knappe dochter beter zelf een televisie kunnen aanschaffen. Dan had het allemaal niet zover hoeven komen.
Een aanklager vroeg aan zijn eerste getuige, een oude vrouw, om te gaan
Staan. Hij wendde zich tot haar en vroeg:
"Mevrouw Bakker kent u mij?"
Ze antwoordde:
"Ja zeker, ken ik u meneer Janssen. Ik ken u al sinds dat u
Een kleine jongen was. En om eerlijk te zijn веnт u een grote teleurstelling voor mij. U liegt, bedriegt uw vrouw, u manipuleert mensen en roddelt over hen achter hun rug. U denkt dat u heel wat voorstelt, maar u hebt niet de hersens om u te realiseren dat u nooit verder zult komen dan een beetje dom papierwerk. Ja, ik ken u."
De advocaat was stomverbaasd. Hij keek eens wat door de zaal om na te
Denken vroeg:
"Mevrouw Bakker, kent u de verdediger?"
Ze antwoordde:
"Ja zeker, ik ken meneer Van Dijk ook al sinds hij een kleine jongen was. Ik heb vaak op hem gepast als zijn ouders weg waren. En hij is ook een grote teleurstelling voor mij. Hij is lui, een domme kwezel en hij heeft een drankprobleem. Hij kon met niemand een normale relatie opbouwen en zijn advocatenkantoor is een van de slechtste van het land. Ja, ik ken hem."
Op dit punt aangekomen maande de rechter de mensen in de rechtszaal tot stilte en riep de beide advocaten bij zich. Fluisterend zei hij tegen hen:
"Als een van jullie beiden het lef heeft om te vragen of ze mij kent, zal ik jullie laten vervolgen wegens belediging!"