Een dakloze man is moe en heeft het koud. Hij zoekt een slaapplaats. Hij klopt bij een boerderij aan en vraagt of hij daar mag slapen. Van de boer mag hij wel in de hooischuur slapen, dus de boer brengt hem even naar de schuur. Daar aangekomen ziet de dakloze drie gaten in de muur zitten. Hij vraagt aan de boer waar die voor zijn. “Oh, nergens voor.” Zei de boer. “Maar je moet er maar niet aanzitten hооr!”.
De boer laat de man achter en de dakloze gaat proberen te slapen, maar hij valt maar niet in slaap. Doordat hij zich verveelt wordt hij nieuwsgierig en gaat hij zich afvragen wat er achter de gaten zit. Hij besluit dat te onderzoeken door er zijn реnis in te steken. Toen hij dat bij het eerste gat deed, vond hij het wel lekker. Hij probeerde gelijk het tweede gat. Die was zó lekker, dat hij klaarkwam! Hij probeerde gelijk de derde maar. Die bleek nóg lekkerder dan de tweede te zijn! Alleen toen hij weer klaargekomen was en zijn реnis uit het gat wilde halen, lukte dat niet! Hij bleef tot aan de ochtend proberen, maar het lukte hem echt niet om zijn реnis los te krijgen.
Uiteindelijk kwam de boer. Die zei: “Oh, kon je er niet vanaf blijven?!” “Nee,” zei de man, “maar wat zat er nou eigenlijk achter die gaten?” “Nou,” legde de boer uit, “achter de eerste zat mijn vrouw, en achter de tweede mijn dochter”. “Ja, begrijpelijk dat het zo'n deugd deed” zei de dakloze, “maar wat zit er dan achter deze?” Waarop de boer vertelde: “Tja, dat is de melkmachine, die stopt pas na vijf liter!”
Harm en Miep, boer en boerin, zitten op een gure, winterse en vooral regenachtige zondagavond voor de open haard. Zij leest wat, hij leest wat…
Zegt Miep opeens:
“Ach, Harm, weet wat die moderne, jonge lui uut de stad teeg’nwoordig allemaal doen? Da’s “standje neeg’nzestig”! Soixante neuf, zeg’n ze ok wel! Dat lek mie ja zo fijn om dat ok ‘ns met oe te doen! Kun wie ‘t eens proberen, alsjeblieft? Ik beloof oe, ‘t is écht heeeeel lekker!”
Zegt Harm:
“Ach Miep, doe toch gewoon, ‘t giet al jaar’n goed zo en wie goat maar’s naar bed, sloap’n, want ik mot weer vroeg op, morgen, noar de koej’n! Zegt Miep: Moar Harm, ik beloof ‘t oe! ‘t Is echt heeel lekker! Alsjeblieft, toe dan! Standje neeg’n zestig!! Laat me ‘t toch ‘ns probeer’n met oe!”
Waarop Harm antwoordt:
“nou, vooruut dan! Doe mie de box moar los!”
Miep klimt met haar omhoog en haar kousen op haar knieën op Harm en laat ‘pfffft!’ per ongeluk een wind!
Harm roept:
“Gatverrr! Kroep d’r af, Miep!”
En Miep smeekt:
“Maar Harm, ‘t spijt me! ‘k Zal het nooit meer doen! Maar laat mie’t nog ene keer met oe probeer’n! Standje neeg’n zestig, dat lek mie ja zo fijn!!”
Harm:
“Nou, vooruut dan moar! Probeer nog maar’s dan!”
Miep klimt voor de tweede keer op de zwaarlijvige Harm en laat opeens wéér, ‘pfffftt!’ een wind!
Waarop Harm roept:
“Gatverredamme! Kroep d’r onmiddellijk vanaf! Dít wil ik niet nog’s 67 keer metmoak’n!!”