Skip to main content
Moppen over buitenlanders
Een Belg, een Marokkaan, een non en een bloedmooie meid met een kort rokje en een paar ferme tieten zitten in een treincoupe. Op een gegeven moment rijdt de trein een tunnel in, het licht werkt niet dus het is pikkedonker.
Plots klinkt er een harde klap en als de trein de tunnel weer uitkomt, zit de Marokkaan pijnlijk in z'n gezicht te wrijven.
"Net goed", denkt de non, "die Marokkaan heeft natuurlijk geprobeerd die meid te pakken en die wilde dat niet en heeft hem geslagen!"
"Net goed", denkt de mooie meid, "die Marokkaan heeft natuurlijk mij willen pakken in het donker, heeft per ongeluk die non gepakt, die wilde dat niet en heeft hem geslagen!"
"Кuт", denkt die Marokkaan, "de Belg heeft natuurlijk geprobeerd die mooie meid te pakken, heeft per ongeluk bij die non geprobeerd, die wilde dat niet en heeft gedacht "Tis weer een Marokkaan", waardoor ik de klap heb gekregen!"
En de Belg denkt:
"Bangelijk, als in de volgende tunnel het licht weer ni brandt, mep ik die Marokkaan gewoon weer op z'n bakkes...!"
Een kerel met 20 pinten achter de kiezen bolt naar huis. Onderweg voelt hij een schok, schiet klaarwakker, trekt zijn auto recht en ziet in z'n achteruitkijkspiegel nog een Marokkaan de berm inkieperen. Natuurlijk rijdt de man verder. Een half uurtje later en grotendeels ontnuchtert denkt de man:
"Miljaarde, zou dat nu niemand gezien hebben?"
Want vaag herinnert hij zich dat, iets verder dan de plaats van het gebeuren, een boer op het achterliggende veld, aan het werk was.
Hij rijdt terug, stopt waar hij de boer ziet werken, kijkt eens rond, maar ziet géén Marokkaan liggen. Hij besluit zeker te spelen en gaat
Tot bij de boer.
"Dag boerreke, hier is toch toevallig niks gebeurd zeker?"
"Jawel," zegt de boer, "zo een klein half uurtje geleden heeft er een auto, allee daar zie, precies zo ene gelijk den uwe, een zwarterik overreden!"
"Allee begot, ik zie hier toch niemand liggen..."
"Neeje, neeje," antwoordt de boer, "ge кunт hem niet zien liggen want ik heb hem al begraven."
"Miljaar," schrikt de man, "was hij dan dood?"
"'t Ja dat was eerst nogal een discussie," zegt de boer en hij zwaait met zijn schop, "hij zei van niet en ik zei van wel."
Hugo Broos stuurt de Anderlecht-scouts de hele wereld rond om uit te kijken naar een opvolger voor De Bilde. Eentje die Anderlecht eindelijk weer eens aan de landstitel kan helpen. Eén van die scouts informeert Hugo dat er in Irak een heel getalenteerd spelertje rondloopt. Broos vliegt naar Irak, raakt onder de indruk van het ventje en regelt zijn overgang naar het Vandenstockstadion.
Twee weken later staat Anderlecht in eigen huis met 4-0 achter tegen Lokeren en er staan nog maar 20 minuten op de klok. Broos knikt naar het Irakeesje en brengt hem in voor Mornar. Het ventje is een regelrechte sensatie en scoort 5 keer ! De fans zijn verrukt, de clubleiding is lyrisch en de sportpers prijst de nieuwe ster de hemel in.
Als hij eindelijk van het veld is, rent hij naar de telefoon om zijn moeder te vertellen over zijn eerste optreden bij de 'paarsen'. "Hoi mam, raad eens ?," zegt hij. "Ik mocht vandaag 20 minuten meespelen, we stonden met 4-0 achter, ik scoorde 5 keer en we wonnen. Iedereen hier houdt van me : de fans, de spelers, de media..."
"Fantastisch," zegt moeder. "Ik zal je over onze dag vertellen. Je vader is op straat neergestoken, je zus en ik zijn verkracht en mishandeld en je broer heeft zich aangesloten bij een bende straatrovers. Terwijl jij het zo naar je zin had !"
De jonge voetballer is erg geschrokken. "Ja, wat moet ik zeggen, mam ? Het spijt me..."
"Het spijt me, het spijt me ?," zegt zijn moeder. "Het is vеrdомме jouw schuld dat we naar Brussel zijn verhuisd !"