Een filosoof, een wiskundige en een gek staan voor de hemelpoort. Zij zijn met hun auto tegen een boom aangereden. Voordat ze het wisten stonden ze voor de hemelpoort, waar Petrus en de duivel hen opwachtten.
"Heren", zo begon de duivel, "aangezien de hemel overbevolkt begint te raken, ben ik met Petrus overeengekomen om het aantal mensen dat de hemel mag binnengaan te beperken. Wanneer iemand van jullie mij een vraag kan stellen die ik niet kan beantwoorden, ben je het waard om naar de hemel te gaan en anders ga je met mij mee naar de hеl."
De filosoof staat op en zegt:
"Oké, geef me het meest uitgebreide verslag over de lessen van Socrates."
De duivel knipte in zijn vingers en er verschijnt een stuk papier naast de duivel. De filosoof leest het en concludeerde dat het goed is.
"Ga naar de hеl!"
De duivel knipt nogmaals in zijn vingers en de filosoof verdwijnt.
De wiskundige is aan de beurt en vraagt:
"Geef me de ingewikkeldste formule die je кunт bedenken!"
De duivel knipte weer in zijn vingers en er verschijnt weer een stuk papier naast de duivel. De wiskundige leest het en geeft schoorvoetend toe dat de formule correct is.
"Ga naar de hеl!" zegt de duivel en hij knipt nogmaals in zijn vingers en zo verdwijnt ook de wiskundige.
Dan stapt de gek naar voren en zegt:
"Geef me een stoel!" De duivel geeft hem een stoel."Boor nu 7 gaten in de zitting."
De duivel doet dat. Daarna gaat de gek op de stoel zitten en laat hij een grote scheet. Hij staat op en vraagt:
"Uit welk gat is de scheet gekomen?"
De duivel controleert de zitting en zegt:
"Het derde gat van rechts."
"Fout", zei de gek, "hij kwam uit mijn kont!"
En zo gaat de gek naar de hemel.
Er was eens een man die het oerwoud in wilde. Dus ging hij op een dag het oerwoud in. Toen hij daar eindelijk aangekomen was, bleef hij vastzitten in het drijfzand. Hij zei:
"Geen paniek, God helpt me wel."
Later kwam er een brandweerauto aan. De brandweerman vroeg:
"Moet ik u helpen?"
"Nee, God helpt me wel."
Een tijdje later toen hij tot zijn dijen in het drijfzand zat, kwam de brandweerman weer langs en vroeg:
"Moet ik u echt niet helpen?"
"Nee, God helpt me."
Op een gegeven moment zat hij met zijn kin helemaal in het drijfzand en kwam weer diezelfde brandweerman langs en vroeg:
"Moet ik u helpen: ja of nee?"
"Nee, God helpt me."
Een tijdje later was hij verzopen en kwam hij bij de hemelpoort. Daar kwam hij God tegen en hij zei:
"God ik ben diep teleurgesteld in u, u zou me helpen, maar u hebt me gewoon laten verzuipen!"
Daarop zei God:
"Ik heb je wel degelijk geholpen, ik heb drie keer een brandweerauto op je af gestuurd, maar je wou geen hulp!"