Boeren moppen, Boerenmoppen
Er was eens een man die door een dorpje reed,het was aan het stormen toen hij opeens kreeg hij een klapband.
Hij ging naar een huis om te vragen of hij even mocht telefoneren. Bij het huis aangekomen kijkt hij door de raam en ziet de boer en boerin aan tafel zitten.
De boerin heeft een wekker op haar hoofd, en haar tieten liggen op tafel.
De boer heeft een paraplu boven zijn hoofd en heeft zijn lul op tafel liggen.
De man denkt..
Wat raar, hier bel ik niet aan, en loopt naar de overkant.
Daar komt hij bij een huis en belt aan.
Een vrouw doet open.
Hij vertelt dat hij wil bellen, maar net bij de buren durfde hij niet.
De vrouw vraagt waarom niet. 'Nou, antwoord de man, de boerin heeft een wekker op haar hoofd, en haar tieten op tafel liggen, en de boer heeft een paraplu boven zijn hoofd en zijn lul op tafel liggen'.
'oh, zegt de vrouw, ze hebben ruzie en praten niet tegen elkaar. Dan gebruiken ze gebaren. 'wat betekend dit dan' vraagt de man. De vrouw legt het uit, 'De boerin zegt: het is tijd om de koeien te melken, en de boer antwoord: dikke lul het regent.'
Gerrit, een boerenjongen, was hopeloos verliefd op zijn buurmeisje Ada.
Hij had al een paar keer toenadering gezocht, maar ze ging er niet op in.
Na lang aandringen, kreeg hij haar toch mee voor een wandelingetje door het bos.
Ze praatten een beetje, en op een gegeven moment zei Gerrit:
'Ada, heb jij wel eens van de Turefluut gehoord?'
'Nee, wat is dat?', antwoordde Ada.
'De Turefluut is een enorme vogel, die heel laag overvliegt.
Hij heeft een scherpe, puntige snavel, en als je niet oppast pikt ie zo je ogen eruit!'
'He Gerrit, wat een eng verhaal, laten we het ergens anders over hebben', zei Ada.
Goed, dus ze lopen nog wat verder, en plotseling schreeuwt Gerrit:
'Ada!
Ada!
De Turefluut!
De Turefluut!
Snel!
Voorover bukken en je rok over je ogen slaan!' Ada schrikt zich het apelazerus en volgt Gerrits aanwijzingen zonder protesteren op.
Gerrit bedenkt zich geen moment en grijpt meteen zijn kans.
'Maar Gerrit, wat doe je nou?'
'Ada, beter de Turefluut in je kuut dan je ogen d'r uut!'